Header image  
De Somer - Zomer Genealogie Site  
line decor
  
line decor
 
 
 

 
p class=navigatie>Home > Achtergrond > Adelbrief Somer >

Een keizerlijke Adelsbrief voor Hendrik Somer

In de Navorscher, jaargang 1937 verscheen het volgende artikel van Mr. J. Belonje

Hendrik van Someren of van Somer, jonggezel van Amsterdam en woonachtig op het eiland Wieringen, huwde te Alkmaar op 21 Juli 1630 met Ariaentje Stuijling, de dochter van Maerten Adriaensz. Stuijling aldaar en van diens vrouw Brechtje Gerrits van der Does. Van Somer's schoonvader, die te Alkmaar geboren werd in of omstreeks 1584 en aldaar werd begraven op 16 October 1635, was ter plaatse een figuur van beteekenis. Hij was er kerkmeester van de Groote kerk, convooimeester, schepen, raad en burgemeester en ook was hij in dijkszaken geen onbekende, getuige zijn werkzaamheid als hoofdingeland en heemraad van de Zijpe ten Hazepolder, als heemraad van de Heerhugowaard en niet te vergeten zijn functie, sedert het begin van de bedijking, van Dijkgraaf, tevens hoofdingeland. van de Schermer. Voorts bezat schoonvader Stuijling de gerenommeerde Alkmaarsche brouwerij, genaamd "de Boom".

Na het overlijden van dien Alkmaarschen regent werd Van Somer in eenige zijner functies opvolger. Wij vinden hem n.l. genoemd als brouwer in "de Boom", als regent van het Tuchthuis en van het Huisarmenhuis, later zelfs ook als schepen en vroedschap der stad. Toen schijnt daarna zijn kans echter te zijn gekeerd, want op 12 September 1666 failleerde hij, terwijl zijn boedel, welke nog twee jaren minstens een curator had, "in fuga ontruijmt" heet.

Van het geslacht Van Somer(en) is mij weinig bekend. Hijzelf heette de zoon van Jacob van Somer en van Catharina Heijndricxs Hoffman en schijnt na zijn boven aangehaald huwelijk eenigen tijd nog op Wieringen verblijf te hebben gehouden, althans het echtpaar meldt zich met attestatie van Hippolytushoef weer te Alkmaar aan bij de Geref. gemeente op 28 Mei 1636. Van moederszijde nu stamde Hendrik van Somer af van een adellijk geslacht Hoffman, hetgeen wij bevestigd vinden door een acte, verleden voor notaris P. F. Ocker te Alkmaar (protocol, inventaris no. 135) d.d. 15 Januari 1644, waaruit blijkt, dat zijn grootvader, de reeds genoemde Heijndrick Hoffman van Keizer Maximiliaan "seeckere adelijcken brief" heeft verkregen. Bij die acte gaf Heijndrick Somer, brouwer in de Boom, volmacht onder reserve van het hem persoonlijk toekomende recht, op zijn moei Barber Hoffman, om dezen brief te lichten bij Aldrick Stijpel.

De tante schijnt voor den adelsbrief bij den heer Stijpel evenwel aan het verkeerde kantoor te zijn gekomen, zoals de protocollen van de Alkmaarsche notarissen ons verder duidelijk maken. Blijkbaar waren er zelfs nog meer belangstellenden voor den adelbrief in kwestie. Want bij acte van 29 Mei 1655 compareerde Heijndrick van Somer opnieuw, nog steeds als brouwer in "de Boom" aangeduid. thans voor den Alkmaarschen notaris G. A. Janvaer, waarbij hij zich in zijn hoedanigheid als oudste en naaste bloedverwant van moederszijde van het kind van zekere Abram Lemkis (te Amsterdam) nogmaals na verloop van ruim elf jaren voor den brief interesseert!

Hij geeft daarbij n.l. volmacht op notaris Salomon van Nieuwland te Amsterdam om te bewerken, dat Lemkis de goederen van zijn kind op de Weeskamer zal aangeven, maar tegelijkertijd, opdat diezelfde Lemkis aan schepenen van Amsterdam terug zal geven den bovengenoemde adelsbrief luidende op naam van Hendrik Hoffman, welke Lemkis tegen cautiestelling indertijd van het Amsterdamsche Schepencollege zou hebben overgenomen.

Ofschoon in de Amsterdamsche archieven de naam Lemkis wel meer voorkomt, werd daar naar de afloop der zaak van den adelsbrief vergeefs gezocht.

Misschien kan een onzer lezers iets meer mededelen omtrent de geslachten (Van) Somer(en) en Hoffman, later blijkbaar gecombineerd tot Hoffman van Somer(en) (1) en wellicht daarmee ook over den adelsbrief van keizer Maximiliaan, ofschoon Rietstap, die vele adellijke geslachten op den naam Hoffman(n) vermeldt, geen adelsverleening of -erkenning door den keizer weet te berichten.

door Mr. J. Belonje.

Alkmaar, Mei 1937
Verschenen in de Navorscher, jaargang 1937, pg. 191 -192

Hendrik Hoffman van Somer heer van Aalst, luit. kolonel en kapit. v. d. Garde ten dienste der Vereen. Nederlanden, ovl. 3 Juli 1728. Hij trouwt Dec. 1723 M. A. van Vladeracken, vgl. Mr. P.C. van Treslong Prins en Mr. J. Belonje "Gedenkwaardigheden", N. Holland, I, t.a.p. bl. 56 sub. 156 en Ned. Leeuw 1935, LIII, bl. 139.

Klik op de afbeelding om te vergrotenHendrik (Jacobsz) Somer voerde het hiernaast afgebeelde familiewapen. Volgens Muschart behoort bij de naam Hoffman van Someren een wapen met in het schildhoofd: drie sterren In de index op de archieven van "het ambacht Veen" in de Betuwe komen we de naam Hendrik Hoffman van Somer(en) tegen, overleden in 1728. Ook vond ik op de web-site van Ben van Rijswijk, een overeenkomst gedateerd 23 oktober 1717, waarin Hendrik Hoffman van Somer - Heere Van Aelst - het recht op visserij verleende aan Adriaen Janse van Rijswijck

Op de web-site van het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis kwam ik een onderzoek tegen naar de "Gewestelijke financiën ten tijde van de Republiek der Verenigde Nederlanden". Een gedeelte van dit onderzoek is gewijd aan de post "Militie in Drenthe". In de periode 1683 tot 1703 worden regelmatig betalingen vermeld ten gunste van Compagnieen te voet van Willem Hendrik) Hoffman( van) Somer(en), voorlopig ga ik er van uit dat dit de vader is van de hiervoor genoemde Hendrik Hoffman Somer(en) (1688 - 1728), alhoewel verder onderzoek dit zal moeten bevestigen.

In de inventaris van het archief van het ambacht Veen, is ondermeer een minuutakte te vinden, houdende een overeenkomst tussen Mr. Philip Jacob Baron van Boetselaer en de erfgenamen van Hendrik Hoffman van Somer, inzake de opheffing van de beslaglegging op de roerende goederen ten huize van Hendrik Hoffman van Somer, 1728.



 

 
 
Bijgewerkt op 2009-08-03      
line decor
Opmerkingen, inlichtingen en aanvullingen
line decor