| Datum: 03/02/1597 |
Notaris: Gerrit Jansz van Woerden |
Aard van de akte: testament |
Inhoud:
Heyndrick Barentsz van Someren, peltier, en zijn vrouw Catelijna Jacobsdr van Foreest wonende in de Vogelstruys alhier, benoemen elkaar tot erfgenaam. Hun zoon Aert van Someren ontvangt een legitime portie
|
| Datum: 14/01/1603 |
Notaris: Jacob Duyfhuysen |
Aard van de akte: attestatie of verklaring |
Inhoud:
Op verzoek van Baltazar Cornelis Ring van Oppinen Bleyswijck wordt een verklaring afgelegd door Maerten Bernts van Someren 69 jr. en zijn dochter
Lijsbet Maertensdr j.d., 18 jr.
diensmacht
Verklaring dat van Oppinen Lijsbet Maertens heeft willen onteren en dat zij daarom zijn dienst verlaten heeft.
|
| Datum: 14/01/1603 |
Notaris: Jacob Duyfhuysen |
Aard van de akte: attestatie of verklaring |
Inhoud:
Balthasar Cornelisz Ring van Oppinen Bleyswyck
Maerten van Someren 69 jr vader van Lijsbeth Maertensdr 18 jr dienstmacht Oppinen
Er zijn geen oneerbare handelingen gepleegd gedurende haar dienst
|
| Datum: 27/02/1610 |
Notaris: Willem Jacobsz. |
Aard van de akte: overdracht of transport |
Inhoud:
Jan Lambrechtsz schipper van bier, varende op Oostborch in Vlaenderen, draagt vorderingen over aan
Jan Dammasz Pesser brouwer in de Witte Leeuwe, wonende buiten de
Oude Schiedamsepoort, welke vorderingen hij wegens geleverd bier heeft op:
- Barent Langerman, Spoer sergant dienende onder Hamburch capiteyn
- Clopman soldaat
- Thoem Herrijs, Jong sergiant
- Gerrit Jansz Turck
- Jan Dutting, Luier corporael, onder Clinger capiteyn
- Joost Somer constabel
- Adriaen Jobsz schipper te Geervliet
|
| Datum: 26/08/1610 |
Notaris: Jacob Duyfhuysen |
Aard van de akte: attestatie of verklaring |
Inhoud:
Op verzoek van Thomas Robbrechtsz schipperen zijn gemene reeders hebben:
Conrardus Mirquinius dienaer godlycken woorts te Capelle op de IJsel en Maerten Maertensz Bogaert
van Gottenburch een verklaring afgelegd over de arrestatie van requirant te Gottenburch in Sweeden
op last van Gerrit Huygensz coopman te Gottenburch commis van de bevrachters van requirant te
Lisbona ten huize van Lambrecht van Someren burchgrave aldaar
|
| Datum: 14/08/1620 |
Notaris: Jan van Aller Az. |
Aard van de akte: Kwitantie |
Inhoud:
Evert Somers zoon van Jan Somers wonende te Den Bosch in Brabant, bevestigt te hebben ontvangen van Grietgen Tollis
weduwe van Aert Heynricksz van Someren wonende te Ouwerschie, een bedrag van 152 gulden en 16 stuivers in contanten,
plus een bedrag van 28 gulden en 15 stuivers en 3 penningen, hetgeen hem, Evert Somers, tesamen met zijn broers
Jan Somers, en Barent Somers, als erfgenamen van Aert Heynricksz van Someren competeert.
Laatstgenoemd bedrag was verschuldigd door Jan Robbertsz van Niel, als termijnbetaling, vermeld in de koopakte
van een huis door hem gekocht van Grietgen Tollis en de erfgenamen van Aert Heynricksz van Someren.
Comparant maakt voorts, mede namens zijn broers, aanspraak op een deel van hun moeders erfenis, omdat van moederszijde
geen familie meer in leven is. Hierover is een geschil gerezen tussen hen en Grietgen Tollis, en om dit in der
minne te regelen is overeengekomen met Joris Thollis, broer van Grietgen Tollis, die mede compareert,
dat Jan Robbertsz van Niel aan Evert Somers een bedrag van 118 gulden, 8 stuivers en 13 penningen zal betalen en dat
Evert Somers en zijn broers een deel van de boedelkosten zullen dragen.
De akte is opgemaakt in de herberg 's-Hartogenbosch.
|
| Datum: 28/01/1622 |
Notaris: Jan van Aller Az. |
Aard van de akte: schuldbekentenis |
Inhoud:
Jan Robbertsz van Niel bontwercker bevestigt schuldig te zijn aan Jan Maes caescoopper, een bedrag van 82 gulden
en 10 stuivers voor geleverde 200 1schaepvachten. Ter betaling van dit bedrag cedeert comparant een overeenkomstig deel
van zijn vordering groot 240 gulden op Pieter Cersavont, welk bedrag laatstgenoemde aan comparant schuldig is over
een huis door comparant gekocht van de erfgenamen van Aert van Someren.
De akte is opgemaakt in de herberg van de Amsterdamse veerschuyt.
|
| Datum: 16/12/1622 |
Notaris: Jan van Aller Az. |
Aard van de akte: kwitantie |
Inhoud:
Corstiaen Carelsz (backer) en Barent Leendertsen (mandemaecker) wonende Muelenstraet, bevestigen te hebben
ontvangen van Grietgen Thollisdr weduwe van Aert van Someren in zijn leven bontwercker, een bedrag van 361 gulden
en 1 stuiver voor hetgeen Heynrick Maertensz van Someren, (voor wie comparanten als geordonneerde voogden optreden)
competeert als zijn derde deel in de nalatenschap van genoemde Aert van Someren.
Comparanten hebben tevens van Grietgen Thollisdr ontvangen een bedrag van 38 gulden en 15 stuivers als saldo van
hetgeen Heynrick Maertensz van Someren toekomt uit nalatenschap van Aert Barentsz van Someren overleden
te 's Hartogenbosch.
|
| Datum: 28/03/1623 |
Notaris: Jan van Aller Az. |
Aard van de akte: testament |
Inhoud:
Grietgen Tollis weduwe van Aert van Someren, bontwercker Overschie, benoemt tot haar universeel erfgenaam haar broer
Joris Tollis Overschie, met een legaat aan haar broer Willem Tollis 's Gravenhaghe.
Voorts legateert zij aan haar zuster Tanneken Tollis kleding en serviesgoed.
|
| Datum: 09/11/1625 |
Notaris: Arnout Wagensvelt |
Aard van de akte: attestatie of verklaring |
Inhoud:
Jannetgen Lambrechs, weduwe van Lambert Hartgersz, 61 jr, en Aryaentgen Rochusdr, 30 jr, verklaren op verzoek van
Hieronimus van Somere uit Den Haag, dat Cathalina van Torenvliet uit Den Haag enige dagen in het huis van
Johanna van den Brouck, weduwe van Isacq Troost, notaris heeft gelogeerd en dat zij toen vrijwillig met Aelbert Troost, notaris is meegegaan om een verklaring af te leggen.
|
| Datum: 28/01/1628 |
Notaris: Arnout Wagensvelt |
Aard van de akte: attestatie of verklaring |
Inhoud:
- Laurens Jansz, 28 jr, van Leyden, luytenant
- Joost Cornelisz de Meyer, 34 jr, schipper
- Cornelis Claesz, 39 jr, stuerman
- Abraham Lemeer, 32 jr, schrijver
- Jacob Joosten van Someren, 30 jr, hoochbootsman
- Andries Maertensz, 48 jr, timmerman
- en Dirck Dircksz, Pannekouck, 50 jr, bottelier
allen varende onder bevel van capiteyn Claes Symonsz Suerbier, verklaren op diens verzoek dat wanneer de heren
van de Admiraliteyt het scheepsvolk eerder betaling had gedaan het schip vroeger op zee was geweest.
N.B.: Abraham Lemeer tekent met Abraham Lemaire, schriver.
|
| Datum: 13/03/1628 |
Notaris: Jan van Aller Az. |
Aard van de akte: boedelinventaris |
Inhoud:
Inventaris opgemaakt door:
Ernst Dircksz van Royen toekomstige man van Annitgen Ariensdr.Verder worden in de akte nog genoemd:
- Goossen Harmensz man van Dirckgen Heynricksdr Vosschen (linnewever)
- Weyntgen Pieter Harmens weduwe Utrecht
- Meynsgen Jacobs Muelenaers, Utrecht,
- Dirck Leendertsz van Someren, Utrecht
- Sander Claesz ter Veer
- Stheven Jansz Poff Bommel
- Josina NN weduwe van Joost Braeckel
- Cornelis Cornelisz van Schoonrewoert
- Swaentgen Aerts weduwe van Heynrick Otten en
- Willem Jansz man van Heyltgen Jansdr (lintwercker)
- Een huis en erve staande en gelegen aan de Varckenmarckt en twee kamers in de Sloyersteeg in Utrecht.
St. Jacobs kerck in Utrecht
|
| Datum: 05/12/1628 |
Notaris: Jacob Duyfhuysen jr |
Aard van de akte: attestatie of verklaring |
Inhoud:
- Arien Jansz Coornhart, luytenant oud 40 jaar
- Jan Jansz Palm, hoochbootsman oud 23 jaar
- Jocchim Stoffelsz, corporael oud 50 jaar
- Adam Adamsz, constapelsmaet oud 26 jaar
- Jan Soomer, marsclimmer oud 20 jaar
- Cornelis Coredijck, busschieter oud 25 jaar
leggen op verzoek van hun capiteyn Jan Jorisz Verdonck, capiteyn op het schip 'De Wassende Maen' een verklaring af. Ze hebben met hun schip in augustus gekruist voor de Vlaemse kust en in het Diep onder admirael Jan Liefhebber. Toen ze een vreemd schip zagen hebben ze geprobeerd er naar toe te varen, evenals scheepslieden van capiteyn Jan van Diemen. Zij waren het eerst aan boord en menen daarom meer recht op de buit te hebben dan het volk van Van Diemen.
|
| Datum: 09/02/1630 |
Notaris: Arnout Wagensvelt |
Aard van de akte: machtiging of procuratie |
Inhoud:
Daniel van Leeuwen en Jan Gerritsz van Dobbe, (backer) beiden voogd over de nagelaten kinderen van Jan van Leeuwen,
machtigen Adryaen van Sorgen en Jan van Sorgen, om van Willem van Someren, oud-schepen en bewindhebber van de
Oost-Indische Compagnie te Hoorn, 3204 gulden te innen als rest van een custingbrief t.b.v. Mathias
en Maria de Moucheron, verleden op 26-11-1627 voor dijckgraef en heemraden van Purmer,
door Jan van Leeuwen overgenomen.
|
| Datum: 07/03/1630 |
Notaris: Arnout Wagensvelt |
Aard van de akte: machtiging of procuratie |
Inhoud:
Hans Strick machtigt Pieter Huybrechtsz, schoenmaker wonende te 's Hartogenbosse, om evt. met hulp van Justitie
te beletten dat de glasemaker, die naast het huis woont, dat hij, Hans Strick, gekocht heeft van Evert Claesz
van Zeumeren in de Vuchterstraet te 's Hartogenbosse iets tegen de muur van dat huis timmert.
|
| Datum: 18/06/1630 |
Notaris: Willem Jacobsz. |
Aard van de akte: attestatie of verklaring |
Inhoud:
Op verzoek van Olivier Pietersz van Willigen ambachtsbewaerder van Blomersdijck hebben Job Michielsz oud 44 jaar
calckmeter der stad Rotterdam en Claes Barentsz Somer oud 40 jaar calckdraeger verklaard, dat zij op last van Frederick Gerritsz, metselaer tien zakken calck geladen hebben in een schouwe, welke zakken deel waren van een partij van 17
hoedt 1Dortse calck die door Claes Cornelisz van Nattenhoven op 27 mei 1630 geleverd was aan de Blomerdijcxse moelen en dat zij gezien hebben dat deze schouw via de Rotte naar Rotterdam gevaren is.
Frederick Gerritsz zou hiervoor weer 1 Vryessche calck of 1 Leytse calck leveren.
De akte is opgemaakt ten huize van Pieter Adriaensz de Wit, schout te Cralingen.
|
| Datum: 22/07/1630 |
Notaris: Jacob Duyfhuysen jr. |
Aard van de akte: boedelinventaris |
Inhoud:
Inventaris van de goederen en brieven Claes Jansz Facke van Ditmars, overleden 22 juli 1631, opgemaakt
ten huize van Dirck Clemmitsz, den Trommel genoemd, scheeptimmerman, in Vogelesangh alhier.
- Op 20 juli 1630 heeft hij per mondeling testament aan Trijntge Tomasdr gelden en goederen vermaakt omdat zij voor hem handreiking heeft gedaan.
- Ook aan Anneken Pietersdr om gelijke reden.
- Genoemd worden verschillende schepenbrieven voor schepenen van Gorcum en Heusden, gepasseerd door
Gabriel van Hagenoult en Anna Pieters van Hagenou.
- rentebrieven verleden door Dirck Cornelisz Cloeck, Rutger Jansz de Kersmaker, Cornelis Claesz
voor schepenen van Asperen, Geertruyt Willemsdr, Anthonis Alphertsz, Bertolentes van Mentheda, cornel en
capiteyn over een regiment voetknechten, ten profijte van Franchoys Courtoes, poorter van Brussel.
- een giftebrief door Hubert Adriaensz van der Meulen, Adriaen Gijsbertsz op Gerrit Jansz
- Genoemd worden verder Anna van Somere, weduwe van Jan van Es Hesselsz en
- de erfgenamen van Willem Dircxsz
NB: Dirck Clemmitsz tekent als Durck Clemmendtsz.
|
| Datum: 26/01/1632 |
Notaris: Jan van Aller Az. |
Aard van de akte: machtiging of procuratie |
Inhoud:
Jonas Cabbeljauw (coopman) machtigt Jacob Bouman (procureur) te Amsterdam, om voor hem,
als procuratie hebbende van Johannes van Someren en Gregorius van Leerberghen beiden wonende in Cholchester in Engeland
als executeurs van het testament van Andreas Bastings gewoond hebbende in Cholchester met Carel Taispel en Pieter Calve
beide diaken van de Nederlandsche Kerk aldaar, te innen van Jacob de Cerff te Amsterdam het bedrag dat hij schuldig is
aan de armen van de Nederlandse Kerk in Engeland.
|
| Datum: |
Notaris: Adriaan Kieboom |
Aard van de akte: attestatie of verklaring |
Inhoud:
- Thomas Pietersz van Stralen 34 j
- Jan Jansz van Someren 24 j
- Balthen Verbeecq 17 j en
- Maycken van Duyren 32 j
verklaren op verzoek van Adriaen van Berckel dat tijdens de jaren dat zij in dienst waren bij Van Berckel het water uit zijn huis via het huis van zijn buurman Leendert Jansz uitwaterde in de Nieuwe Kerckstraet.
Vier maanden geleden heeft Leendert Jansz een stop aangebracht om de water afvoer te beletten.
N.B: Thomas Petersen tekent met een oostelijk handschrift.
|
| Datum: 03/06/1632 |
Notaris: Adriaan Kieboom |
Aard van de akte: attestatie of verklaring |
Inhoud:
Dirck Jansz van Rotterdam 26 j. en Jan Jansz van Someren 24 j. verklaren op verzoek van Adriaen van Berckel,
seepsieder dat zij knechten zijn in de seperij van Van Berckel en dat de potasch die via Claes Jansz Cloeck,
maeckelaer te Amsterdam geleverd werd door Hillebrant Schellingen niet van goede kwaliteit was
en dat er volgens hen gefraudeerd was.
|
| Datum: 23/10/1632 |
Notaris: Jan van Aller Az. |
Aard van de akte: overdracht of transport |
Inhoud:
Neeltgen Gerritsdr Veenhuysen weduwe van Gerrit Otten van Willigen draagt over aan haar schoonzoon
(Phillips de Graeff) alle vorderingen die zij heeft uitstaan op de navolgende personen.
- Joost Verschuyr de Jonghe alhier
- Wouter Schilder uit Geertruidenberch
- Harman Ceunninxken uit en Velthoven beiden Bergen
- Abraham de Man en Gijsbert Jansz beiden uit Culemborch
- Jorefaens Jansz uit Wijck
- Reynier Reyniersz uit Gouda
- Heynricksz Fierelingen en Pieternelle van Oosten beiden uit Bergen op Zoom
- Harcules Jansz alhier
- Jan de Reus alhier
- Jacob Iserels Turck en David Spiering, beiden uit Bergen op Zoom
- Anthonis Harmansz uit Wijck
- Jan van Halme alhier
- Marinus Andriesz uit Leyden
- Jan Gerritsz in de Bel alhier
- Dennis Corstiaensz alhier
- Maerten Aryensz in 't Roode Meer alhier
- Jan Eliasz uit Nieuwpoort
- Gerrit Dirckx te Nieuwerkerck
- Griet de Man uit Culemborch
- Cornelis Vosch uit Wijck te Duyrstede
- Elias Voetsterman uit Graeff
- Anthony de Nijs alhier
- Moerman uit Bergen op Zoom
- Schaeck alhier
- Pieter Godtschalck uit Bergen op Zoom
- Adryaen Drabbe uit Bergen op Zoom
- Soetge Coenne alhier
- Willem Adamsz uit Bergen op Zoom
- Jan Jacobsz Loomans uit Geertruidenberch
- Jan Coenne alhier
- Wijve in den Briel
- Isaac Crijnne alhier
- Joseph serviteur en Jan serviteur, beiden uit Delft
- Gerrit Jansz Sluyter uit Culemborch
- Jan Vosch uit Wijck
- Heinrich Bollaert uit Bergen op Zoom
- van Omberen uit Bommel
- Cornelis van Someren uit Bergen op Zoom
- Cornelis Creccke, Bergen op Zoom.
Zij is gelden schuldig aan
- Symon de Vlieger
- Goulantie de Hulte
- Jan Gijsbertsz pachter
- Franck Crooswijck
- Jop Jacobsz Backer
- Maertgen Willemsdr
- Josijn in de Wasboom, Voocht, cruydenier
- Goris van der Heyden
- Symon Cornelisz, huystimmerman
- Herman Clementsz, metselaer
- Sebastiaen Jansz, caersmaecker
- Jan Symonsen van Spijckoort
- Gijsbert Aryensz, vleyshouwer
- Leendert Pietersz Spaen
- Heynrick Griens
- Joost Cornelisz, maeckelaer
- Michiel NN, scheeptimmerman
- Jonas Cabbeljauew
- Machtelt Jacobs in de Gulde Voet
- Maerten van Alewijn uit Amsterdam
- Jan van der Meulen, Joris Lievens, en Anthonie Leendertsz, allen uit Amsterdam
- Harman Warnaerts uit Utrecht
- Claes Lootengael en Joachim Joachimsz uit Delft
- Jan Aertsz uit Nieuwerkerk.
Neeltgen Gerrits Veenhuysen, weduwe van Gerrit Otten van Willigen draagt over aan haar schoonzoon
Philips de Graeff alle vorderingen die zij heeft uitstaan.
|
| Datum: 12/03/1633 |
Notaris: Jacob Cornelisz van der Swan |
Aard van de akte: attestatie of verklaring |
Inhoud:
Op verzoek van Tomas Pietersz verklaren Dirck Jansz, 27 jaar, Joris Pietersz, 22 jaar en Jan Jansz Somer, 25 jaar, zeepziedersknechts van de weduwe van Gerrit Jacobsz Visch, dat in october 1632 Denijs Ariensz van den Braecke, pachter van de zeep, tegen Tomas Pietersz gezegd heeft dat hij niet langer dan 14 dagen briefjes zou halen voor de zeep die buiten gezonden werd.
NB: Joris Pieters tekent in een oostelijk handschrift als Jurryen Peters.
|
| Datum: 07/04/1633 |
Notaris: Adriaan Kieboom |
Aard van de akte: attestatie of verklaring |
Inhoud:
Jan Jansz van Someren, 25 jaar, seepsiedersknecht bij Adriaen van Berckel, en Burchgen Jansdr, 16 jaar, wonende in de Craenpoort op de Mart, verklaren op verzoek van Van Berckel dat Burchen om 1/8e deel zeep werd gestuurd dat
betaald werd en meegenomen, ondanks dat er geen biljet voor was omdat Van Someren, die er voor zou zorgen,
dit niet kon krijgen omdat het te laat was volgens het dochtertje van de zeepcollecteur Pieter Carpentier.
De zeep werd in beslag genomen door de pachters en in het stadhuis gebracht. Hiertegen is door Van Berckel bezwaar gemaakt.
|
| Datum: 14/06/1639 |
Notaris: Arnout Hofflant |
Aard van de akte: attestatie of verklaring |
Inhoud:
Jan Jansz van Someren en Adriaen Adriaensz, beiden zeepziedersknecht verklaren op verzoek van Adriaen
van van Berckel out-schepen dat de nieuwe zeeppot, die gekocht was van Willem Willemsz van Reinsdorp, gebarsten was.
|
| Datum: 27/04/1640 |
Notaris: Jacob Duyfhuysen jr. |
Aard van de akte: machtiging of procuratie |
Inhoud:
Ysaack van Waesbergen, boeckdrucker en boeckvercoper, wonende alhier, machtigt Gerrit van Someren, advocaet, wonend in de Kerckstraet te 's-Hartogenbosch, en Dina van den Bosch, diens vrouw, om in zijn naam beslag te leggen op geld en boedel van wijlen Joris van Barnasius, in leven president van de stat van 's-Hartogenbosch, waarbij de zaak in der minne geschikt zal worden.
|
| Datum: 29/05/1640 |
Notaris: Jacob Duyfhuysen jr |
Aard van de akte: schuldbekentenis |
Inhoud:
Jan Jansz Somer, seepsiedersknecht, werkend bij capiteijn Johan van Berckel, burger alhier, verklaart schuldig te zijn aan Jacob Pietersz, cleermaker, zijn oom, wonend te Nieuwerkerck in Cortlant, de som van 200 gulden aan geleende gelden.
Hij belooft dit bedrag met rente terug te betalen op 1 mei 1641.
|
| Datum: 01/02/1642 |
Notaris: Jan van Aller Az. |
Aard van de akte: attestatie of verklaring |
Inhoud:
Op verzoek van Severijn Aelmans, seepsieder in de Vergulde Voet, wordt een verklaring afgelegd door Jan Jansz van Someren, 33 jaar, meesterknecht in de zeeperije van de Hant, dat hij met Aelmans en Jan Blieck, pachter van de impost van de zeep,
geconstateerd heeft dat een aantal kinnetjes zeep van genoemde Aelmans niet van goede kwaliteit was; genoemde
van Someren was werkzaam in de Zeeperije van de Hant.
|
| Datum: 07/03/1642 |
Notaris: Arnout Hofflant |
Aard van de akte: machtiging of procuratie |
Inhoud:
- Gerrit Calff
- Willem van Langere
- Henrick Pompeius en
- Eijbert van Someren
- mede namens Catelina Calffs, weduwe van Jacob Govertsz Cnoll
- Willem Barentsz Rees, en Jop Jansz. (coopman) voogden over Willem Calff, erfgenamen van Govert Calff, die op de reis naar Oostindien op het schip Amsterdam overleden is
machtigen Adriaen Sandersz. (coopman) wonend te Amsterdam, om bij de bewindhebbers van de Oostindische Compagnie te Amsterdam en elders de gage en ander geld te innen, dat de comparanten tegoed hebben.
|
| Datum: 18/03/1642 |
Notaris: Jan van Aller Az. |
Aard van de akte: attestatie of verklaring |
Inhoud:
Gerrit van Aller, juwelier, 60 jaar, wonend te Utrecht, verklaart dat Jop Cornelis Rees met Barent van Someren,
herbergier in 't Schilt van Vranckrijck te Amsterdam, 420 gulden aan juwelen ruilde tegen enige schilderijen.
Geschied in de herberg van Aert de Cleermaecker, waert in Vianen te Utrecht
|
| Datum: 21/03/1643 |
Notaris: Adriaan Kieboom |
Aard van de akte: overeenkomst (algemeen) |
Inhoud:
Isaack de Susio, coopman, en Jan Gerritsz, bleycker, komen overeen dat de Susio op het land buiten de Nieuwe Schiedamsepoort in Cool buiten het hek aan de Dijck, dat Jan Gerritsz van de burgemeesters huurt, een houten blekershuisje zal timmeren, voor rekening van Jan Gerritsz. Voor hem staan borg Gerrit Jansz van Someren, tuynder, en Cornelis Jansz, bleycker
|
| Datum: 09/05/1643 |
Notaris: Jacob Duyfhuysen jr. |
Aard van de akte: regeling van een schuldbetaling |
Inhoud:
Jan Jansz van Someren, seepsiedersknecht in de seeperie van Barent jansz van Pavien heeft 300 car. gulden geleend van Jacob Pietersz, cleermaker, zijn oom die in Nieuwerkerck woont.
De aflossing wordt geregeld.
|
| Datum: 11/05/1645 |
Notaris: Gerrit van der Hout |
Aard van de akte: attestatie of verklaring |
Inhoud:
Willem Somer, 30 jr, Johan Coule, 49 jr, en Steven Hobbe, droochscheerder, 38 jr, wonende in de Sevenhuyssteech, verklaren op verzoek van Tomas Fresiel, en Tomas Perduijn, ook wonend in de Sevenhuyssteech naast ene Lijsbet Wijt, dat de laatste 2 buitenechtelijke bastaardkinderen heeft, en dat zij gedurende een lange tijd een 'ravothuys' en hoerhuys houdt, waardoor men 's avonds de straat niet meer op kan.
Zij moesten in hun huizen blijven om niet in ongelukken betrokken te raken.
|
| Datum: 04/07/1645 |
Notaris: Jacob Duyfhuysen jr. |
Aard van de akte: machtiging of procuratie |
Inhoud:
Lijsbet van Someren uit 's-Gravenhage machtigt Leendert van Sijl, procureur voor den gerechte om haar in rechte bij te staan tegen Willem van Aller, procureur voor datzelfde gerecht
|
| Datum: 06/04/1646 |
Notaris: Jacob Duyfhuysen jr. |
Aard van de akte: testament |
Inhoud:
Andries Jansz van Osch, hoochbootsman, onder Joris Jansz van Someren, schipper op het schip d' Eendracht en Engeltge Ariensdr Versijden, zijn vrouw benoemen elkaar tot erfgenamen.
|
| Datum: 03/11/1646 |
Notaris: Jan van Aller Az. |
Aard van de akte: attestatie of verklaring |
Inhoud:
Christiaen Carelss, 74 jaar, sieckentrooster, en Barent Leendertss,66 jaar, mandemaecker, die beiden voogden zijn geweest van Heynrick van Someren, zoon van Maerten van Someren, verklaren op verzoek van Jan Pieterss Notelaer, garentwijnder, dat in 1619 Barent van Someren, mede-erfgenaam van zijn oom Aert van Someren, gecompareerd is geweest met attestanten en mede-erfgenamen om de boedel van Aert van Someren te verdelen. Door de weesmeesters is geconstateerd dat de vader van Barent zo veel schuldig was aan Aert van Someren dat Barent niets erfde.Vervolgens is Barent vertrokken.
De akte is opgemaakt in de herberg het Swijnshooft.
|
| Datum: 07/05/1647 |
Notaris: Adriaan Kieboom |
Aard van de akte: machtiging of procuratie |
Inhoud:
Jan Reyerse Beaumont machtigt Aelbert Eggesz, notaris te Amsterdam, om aldaar al zijn zaken te behartigen.
Naschrift: Op dezelfde dag heeft Elisabeth Crijnen een gelijkwaardige machtiging gepasseerd ten behoeve van Gerart van Soemeren, advocaat en Pieter Haestrecht, procureur te 's Hertogenbosch
|
| Datum: 16/04/1648 |
Notaris: Nicolaas Vogel Adriaansz |
Aard van de akte: borgstelling |
Inhoud:
Jan Matthijsz Tolck en Willem Somer hebben zich onder voorwaarden borg gesteld voor Johan Fitzjames, edelman van de princesse royale, voor een wisselbrief d.d. 18-02-1648 ad 160 milrees t.b.v. capteyn Johan Brouwn, te betalen door Ritchard Nellens wonende te Port a Port in 't coningrijck van Poortugal.
|
| Datum: 15/06/1649 |
Notaris: Arent van der Graeff |
Aard van de akte: boedelinventaris |
Inhoud:
Inventaris van de goederen van wijlen Symon Gruterus, doctor in de medicine, die gehuwd is geweest met wijlen Angenietje van Santen. Zij laten een dochter Catarina Gruterus na. De inventaris is opgemaakt door Adriaen Gruterus, apothekaris, oom van Catarina, en Willem van Alphen, secretaris van de Hove van Hollant, die beiden voogd zijn over Catarina zoals bepaald is in het testament van Symon, d.d. 23-02-1649 voor deze notaris opgemaakt.
De inventaris is met hulp van Maertjen Ariensdr, weduwe van Samuel Gruterus, predicant, opgemaakt. Maertjen is de grootmoeder van Catarina. Er volgt een beschrijving van de inboedel, waaronder schilderijen, goud, zilver, mannen-, vrouwenkleding en kindergoed in de luierkorf. Als onroerend goed wordt een huis en erf gemeld, dat gelegen is aan de oostzijde van het Speuy, ten zuiden begrensd door Rijck Rijcxs, speuywachter, en ten noorden door de Toornstraet; het strekt zich uit voor van het Speuy of de straat tot achter aan Maeyken van de Heuvel.
Onder de rentebrieven wordt o.a. genoemd:
een brief t.l.v. Jan Janss van Somer, verzekerd op het huis en erf, gelegen aan de zuidzijde van de Kordewagestraet,
een brief, verzekerd op het huis en erf aan de Langendijck in Delft, dat aan Antonis Jans Pick heeft behoord en waarvan Hendrick Kittesteyn nu de eigenaar is, een brief t.l.v. Willem Pieterss, vlaskoper, verzekerd op het huis en erf, gelegen op de westzijde van het Speuy.
|
| Datum: 22/12/1649 |
Notaris: Jacob Duyfhuysen jr. |
Aard van de akte: schuldbekentenis |
Inhoud:
Trijntge Jaspers, vrouw van Flips Teunisz van Someren, seevarende man, verklaart schuldig te zijn aan Pieter Jans van Oldenburch de somma van 51 gulden t.z.v. geleverde vettewarierswaren. Als lasthebbende van haar man, matroos onder capteyn Abram Dominicus, machtigt zij Pieter Jans dit bedrag van zijn gage en buitgelden te vorderen.
|
| Datum: 05/06/1650 |
Notaris: Gerrit van der Hout |
Aard van de akte: boedelinventaris |
Inhoud:
Inventaris van de boedel van Aelbrecht Tichelaer,backer in den Gapert aan de zuidzijde van de Vissersdijk,
belendende west: Cornelis Matheeusz en oost: Mathijs Jansz,schipper en strekkende tot aan Jochum Ghijsen, met een
gang tot op de Blaeck toe.
Schuldenaren:
- Mels Guertsz
- Jacob Wiggers
- Willem in de Rooleeu
- Wouter Mercx
- Hillegont Joosten
- Willem Eldermans
- Dirck Dircxsz
- Aeryen Roelants
- Grietge Goverts
- Claes Ouwelsz
- Janneken Moer
- Jacob Gerbersz
- Maycken Sierd
- Harman Jansz
- Jannetge Wilkens
- Abraham Fransz van Brugge
- Abraham Willemsz
- Aeryaentge de Hekelse
- Aelbert de Kruyer
- Aeryen de Brick
- Gerrit Gerritsz
- Cornelis Dammisz
- Davit Robbertsz
- Davit Willemsz
- Emmelien Aeryens
- Gerrit Aertsz van Zomeren
- Huych Pars
- Hendrick Jansz
- Maertge Jacobs
- Jan Grees
- Jan Willemsz
- Janneken Dwaenslaet
- Jan Daen
- Jan Pieckel
- Janneken Hendricx
- Jan Waet
- Jan Kou
- Joris Verset
- Joseph Clercq
- Jan Gerritsz
- Lijsbet in de Distelblom
- Metge de Naeyster
- Maertge Claes
- Hendrick van Straelen
- Neeltge Robberts
- Neeltge Bastiaenen
- Pleun Danielsz
- Pieter Jochemsz
- Pieter Sijmonsz, stierman
- Pietertge Jans
- Samuel Dircxsz
- Tonis Jansz
- Tonis Tonisz
- Wouter Leget
- Willem Willemsz
- Macheltge Ments
- Hester de Meyer
- Egbert Meeusz
- Jan Wat
- Trijntge Hendricx
- Jan Maertensz tot Delfshaven
- Barent Oolsz
- Jan Pietersz van Heel
- Gerrit Jansz van Aecken
- man van Cornelia Mathijsdr
- Hadewij Jacobsdr
- Hester Leendertsdr De Mey
- weduwe van Hendrick Huyser van Schie
- Maerten Imwegen te Dordrecht
- Lijsbet Eduwaertsdr en
- Gerrit Gerritsz, scheepstimmerman.
|
| Datum: 12/10/1650 |
Notaris: Gerrit van der Hout |
Aard van de akte: machtiging of procuratie |
Inhoud:
Heyndrickge Jacobs van Gastel in de Meyerye van den Bos, nu hier wonend, machtigt Bartelemees Pietersz van Sommeren, ook in de Meyerye, om van haar zwager Bastiaen Dircxsz, eveneens te Gastel, haar bij hem berustende obligatie ten laste van Jan Jansz Lapper, wonend te Leent in de Meyerye, op te halen en bij Jan Jansz het bedrag plus rente te innen, zo nodig die gerechtelijk af te dwingen.
|
| Datum: 06/02/1651 |
Notaris: Adriaan Kieboom |
Aard van de akte: attestatie of verklaring |
Inhoud:
Jan Jochemsz Deventer, moutmaecker en coopman, verklaart op verzoek van Pouwels Jansz van Hoochstraten coopman in Oudt Beijerlant, dat Anna van Someren, weduwe van doctor Van Someren op 06-11-1650 aan Van Hoochstraten 50 tot 60 hoet
korte haver heeft verkocht. Ongeveer 30 hoet ligt op de hofstee aan de Group, genaamd de hofstee van Van der Diesse. De resterende haver ligt op de hofstee van Smoor Jansz, die ook aan de Group ligt.
|
| Datum: 19/05/1653 |
Notaris: Adriaan Kieboom |
Aard van de akte: testament |
Inhoud:
Salomon van Someren benoemt zijn vrouw Magdaleentge Jans wonend in de Raemstraet tot enig erfgename.
Zij moet wel 2.000 gulden uitbetalen aan Jan, Louys en Abraham van Someren, Pieter en Abraham de Roode en Adriaentge van Sgravepolder.
Als voogden benoemt hij Pieter de Roode en Pieter van Sgravenpolder
|
| Datum: 01/09/1653 |
Notaris: Arnout Hofflant |
Aard van de akte: huur en verhuur |
Inhoud:
Salomon van Somere verhuurt aan Jan Gijsbertsz zijn huis en erf aan de noortzijde van de Raemstraet, belendende oost: Pieter de Schuytvoerder en inclusief bakkerijgereedschap voor een huur van 90 gulden voor het eerste half jaar, en vervolgens 200 gulden per jaar.
|
| Datum: 12/06/1655 |
Notaris: Adriaan Kieboom |
Aard van de akte: verkoop/overdracht van een obligatie |
Inhoud:
Aert Bosch, wonend in Hermelen bij Utrecht, mede erfgenaam van Cornelis Bosch, is voor 1/3e deel eigenaar van een
obligatie gepasseerd door Willem Beyer voor notaris Rosa op 11/03/1654, en voor het 1/3e deel dat Jan Brouwer en
zijn vrouw Marichen Bosch aan hem hebben overgedragen, transporteert de 2/3e delen aan Arent Hoffland.
Borg stelt zich Joris Visch bouckhouder van de Westindische compagnie. Het laatste 1/3e deel is in handen van Herman Bolnes.
De totale som van de obligatie bedraagt 3.700 gulden.
De obligatie is ontstaan uit scheiding van een compagnonschap en gepasseerd voor notaris Vitus Mustelius op 18/10/1652.
Willem Beijer en Jan Jansz van Someren seepsieder kwamen toen door tussenkomst van Daen Dircxz Damen en Bernardt van Pavie coopluyden overeen hun compagnonschap te beëindigen.
Wilem Beijer zal voor zijn geïnvesteerde aandeel in de seepsiederie en het huis genaamd De Clock aan de noordzijde
van de Hoochstraet of Middeldam van Jan Jans van Someren een bedrag krijgen van 5.700 gulden.
Op 11/03/1654 passeert Willem Beijer voor notaris Bartholomeus Roose aan Aert Jansz Bosch, Jan Woutersz Brouwer gehuwd
met Merrichge Maertensdr Bosch en Herman Bolnes, die procuratie heeft van Cornelis Willemsz van Schaeyck getrouwd met
Meijntge Bosch de obligatie die dan nog 4.200 is en de rente.
|
| Datum: 28/04/1655 |
Notaris: Adriaan Kieboom |
Aard van de akte: verkoop/overdracht van een obligatie |
Inhoud:
Herman Bolnes uit Gouda die procuratie heeft van Cornelis van Schayck man en voogd van Meijnsge Bosch mede erfgenaam van Cornelis Bosch zegt 1/3e deel van een obligatie van 3.700 gulden getransporteerd te hebben aan Arnoult Hofflant notaris die het resterende deel van de obligatie reeds bezit volgens een transportakte van 27/04 anno voorn.
De procuratie van Herman Bolnes was gepasseerd voor notaris Wouter Coppert in Gouda 24/04/1653.
De obligatie was ten laste van Jan Jansz van Someren en gedateerd 18/10/1652
|
| Datum: 07/05/1658 |
Notaris: Jacob Duyfhuysen jr |
Aard van de akte: schuldbekentenis |
Inhoud:
Salomon van Someren bekent 1000 gulden schuldig te zijn aan Dirck Jansz van Leeuwe wonende aan de Cleywech te Schiebrouck.
|
| Datum: 09/09/1660 |
Notaris: Jacob Duyfhuysen jr |
Aard van de akte: schuldbekentenis |
Inhoud:
Flip Jansz Sosaer, spijckermaker, bekent een schuld van 1800 gulden te hebben aan Gerritge van Someren, weduwe van Joris van Someren, zijn vrouws moeye, ter zake van geleend geld om een huis te bouwen.
De grond hiervoor heeft hij gekocht van Arien Gijsbertsz, cuyper en zijn medevoogd over de kinderen van Cornelis Gijsbertsz, cuyper. Het huis komt te liggen tegenover het Weeshuys. Sosaer is getrouwd met Aechtge Harmansdr.
Belendingen: ten noorden Joost den Brabander en ten zuiden Arien Solderwagen
|
| Datum: 01/02/1661 |
Notaris: Jacob Duyfhuysen jr |
Aard van de akte: machtiging of procuratie |
Inhoud:
Domen Jansz Kerckhoeff of Kerckhof, lantman, wonend ter Bregge, machtigt notaris Cornelis van Someren en Jooris Haringh, allebei wonende in Dordrecht, om aldaar van Pieter Arthuicedu, Engels coopman 900 gulden met rente te eisen, volgens een obligatie van 01-05-1655
|
| Datum: 30/04/1663 |
Notaris: Arnout Wagensvelt |
Aard van de akte: schuldbekentenis |
Inhoud:
Pieter van Zomeren, notaris alhier, bekent 250 car. gld. schuldig te zijn aan Cornelis Maes.
In de marge: Afgelost op 8.6.1666
|
| Datum: 11/10/1663 |
Notaris: Jacob Duyfhuysen jr |
Aard van de akte: attestatie of verklaring |
Inhoud:
Henrick Henrickxs van Assendorp den Ouden, oud 60 jaar, Jan de Groot, oud 30 jaar, Gerrit Keijser, oud 23 jaar en Trijntge Tomasdr, oud 53 jaar, verklaren op verzoek van Frans Bartolomeusz, seepsiedersknecht van Sara van Someren,
seepsietster in de seeperije van de Clock, dat 2 dagen tevoren Cornelis van Alphen, medestander van de pachter van de zeep,
onverhoeds probeerde Frans Bartolomeusz met geweld een kinneken zeep afhandig te maken, zonder hem te vragen
of in de gelegenheid te stellen het bewijs van aangifte van de zeep te tonen.
De worsteling vond plaats op het Westnieuwelant voor de woning van Henrick Jans van der Plas, twee deuren verwijderd van het huis van de collecteur Govert Vosmaer.
|
| Datum: 28/05/1664 |
Notaris: Jacob Duyfhuysen jr |
Aard van de akte: testament |
Inhoud:
Sara Pieters Gaans (ondertekend van Somer of Gaens), weduwe van Jan Janse van Someren, maakt haar testament.
Zij verklaart dat zij haar 3 oudste zonen Willem, Pieter en Gleyn van Zomeren hun vaderlijk erfdeel heeft gegeven.
Haar 2 andere kinderen Catharina en Evert van Zomeren legateert zij als volgt:
- aan Catharina diverse goederen en 1.200 gulden en
- aan Evert diverse goederen en 1.000 gulden.
Zij benoemt haar kinderen tot erfgenamen.
Evert gaat in Leyden theologie studeren en deze studie wordt uit de boedel betaald
|
| Datum: 28/05/1664 |
Notaris: Jacob Duyfhuysen jr |
Aard van de akte: testament |
Inhoud:
Als aanvulling op het voorgaande testament verklaart Sara Pieters Gaans, weduwe van Jan Janse van Someren, dat de helft van de goederen die de kinderen van haar zoon Pieter van Zomeren zullen erven, indien hij voor haar overlijdt, onder het aasdomsversterfrecht vallen.
|
| Datum: 14/06/1664 |
Notaris: Jacob Duyfhuysen jr |
Aard van de akte: schuldbekentenis |
Inhoud:
Willem van Someren, seepsieder en zijn vrouw Cornelia Cruyswech, bekennen een schuld van 5.700 gulden aan Sara Pieters Gaams, weduwe van Jan Janse van Someren, zijn moeder, ter zake van gekochte zeepsiedersmaterialen
|
| Datum: 15/07/1694 |
Notaris: Jan van der Hoeven |
Aard van de akte: attestatie of verklaring |
Inhoud:
- Gysbert Gerrits Meutis (Meutes), meesterbroodbacker
- Geertruyd Wouters, echtgenote van Henrick Gabriëlsz
- Maria Henrickx, weduwe van Hans Aernoutsz; en
- Grietje Henricks (Henrix), weduwe van Jan Kistemaker,
verklaren op verzoek van de echtelieden Hubreght Moerman en Anna van Someren, te Delfshaven, dat zij het echtpaar goed kennen en dat die van goed gedrag zijn.
Gedurende een jaar woonden zij als buren in de Baenstraat als op de Stincksloot.
|
| Datum: 09/02/1696 |
Notaris: Gerrit Post |
Aard van de akte: attestatie of verklaring |
Inhoud:
Anna van Someren, gehuwd met Huibregt Moermans, wonend in de herberg , het Schilt van Vranckrijck'', verklaart op verzoek van Pieter Oppervelt, koopman, dat zij Fijtje Gerritsdr Borreman kortweg genoemd Fijtje Rutte, wel kent. Fijtje Rutte beweert eind 1694 zwanger te zijn geraakt van bovengenoemde Pieter Oppervelt.
|
| Datum: 06/12/1696 |
Notaris: Gerrit Post |
Aard van de akte: attestatie of verklaring |
Inhoud:
- Pieter van der Ligt, zijn vrouw Geertruit van't Hoff
- Pieter Keijsers en Willemijna Rutte, weduwe van Arnoldus Hartogh,
allen te Rotterdam wonend, verklaren op verzoek van Johanna van Soomeren, weduwe van Dirk van Someren en haar tachtig jarige moeder, dat zij allen als buren Johanna van Someren wel kennen als een deugdzaam iemand. Enkele weken daarvoor is Johanna door buren, genaamd Mary en haar man Anthonij geslagen, laatstgenoemden zijn zich gaan beklagen over Johanna bij de officier. Nadat Johanna gevangen is gezet, hebben deposanten getracht bij schepenkamer hun getuigenis af te leggen, maar dit werd door Onderschout belet
|
| Datum: 19/09/1698 |
Notaris: Gerrit Post |
Aard van de akte: attestatie of verklaring |
Inhoud:
Lena van der Moen, 30 jr., Aerjaentje van der Moen, 25 jr., en Ysaacq Wagemans, 24 jr., verklaren op verzoek van Johan Della Faille officier van Delft dat zij op 17 september een ruzie hebben gezien, nadat Ary den Breems, Jan van Houte en Pieter Staets later ook Anna van Someren en Johannes Herri en de vrouw van Breems naar het huis van de eerste comparant zijn gegaan. Breems heeft een mes getrokken en heeft Lena van der Moen gestoken
|
| Datum: 23/01/1697 |
Notaris: Johan van Lodenstein |
Aard van de akte: wisselprotest |
Inhoud:
De notaris wendt zich, namens Elias Davids, coopman, tot Salomon Peltenburg, koopman, met de vraag of hij de wisselbrief wil betalen. Hij antwoordt dat hij deze aanstaande maandag zal betalen. Hiertegen protesteert de notaris.
N.B. De wisselbrief van 27 december 1696 staat boven de akte opgetekend. Hierin worden genoemd Jacob Somer, Salomon Peltenburg als crudenier en Samuel Cohen.
|
| Datum: 14/11/1699 |
Notaris: Gerrit Post |
Aard van de akte: insinuatie |
Inhoud:
Maria van Wijnocxberge weduwe van Pieter Kerff wordt aangezegd door de notaris in opdracht van Hendrick den Hengst, gemachtigd door Elisabet Kerff weduwe van Cornelis Petrus de Bois, predikant te Amsterdam en Ysaack Kerff oud schepenen te Rotterdam en Otto Kien en Cornelis van Someren oud schepenen van Goringhem als curator over de boedel van Mattijs van Sprangh gehuwd met Clara Kerff welke Elisabet Ysaack en Clara Kerff kinderen en erfgenamen zijn van Wouter Kerff, de huur te
betalen van een huis aan de Oude Haven.
N.B.: antwoord volgt op blz. 512
|
| Datum: 04/02/1709 |
Notaris: Gerrit Post |
Aard van de akte: boedelscheiding |
Inhoud:
Hendrik den Breems is executeur testamentair van wijlen Leendert Ariensz den Breems. Tevens is hij voogd over minderjarige erfgenamen. Erfgenamen zijn diens kinderen:
- Annetie Leendersdr den Breems, weduwe van Claas Ariensz Smit.
- Maria van Someren, weduwe van Ary Leendersz den Breems.(Zij hebben testament opgemaakt 26-01-1704 voor notaris Joannes Berckel te Schiedam.)
- Maria Leendersdr den Breems, gehuwd met Pieter de Ree
- Cornelis Leendersz den Breems
- Leendert Leendersz den Breems
- Aafie Leendersdr den Breems, weduwe en erfgenaam van Reijnier Cornelisz de Hartogh, volgens hun testament verleden voor Adriaen Gagius, notaris te Schiedam dd. 30 jan. 1704.Tevens zijn zij erfgenaam van wijlen Jan Leendersz den Breems, hun broer.
- Wijlen Ary Leendersz den Breems heeft tot zijn 28e jaar wekelijks een hem toegewezen marktschuit bediend,
hij is nog schuldig 200 gulden
- Capiteyn Leendert den Breems, voogd over de kinderen van Leendert Ariensz den Breems, is volgens obligatie dd. 21-08-1697 nog schuldig 500 gulden.
De familie den Breems bezit een graf in de kerk van Delfshaven.
De totale som van de boedel bedraagt 5.613 gulden. Iedere erfgenaam ontvangt 935 gulden.
Note: Zie ook boedelrekening akte no. 93 dd.04-02-1709
|
| Datum: 04/02/1709 |
Notaris: Gerrit Post |
Aard van de akte: rekening of boedelrekening |
Inhoud:
Boedelrekening door Hendrick den Breems, executeur testamentair en Cornelis Gillisz Duijnmeijer, voogd over de minderjarige erfgenamen van wijlen Leendert Ariensz den Breems, volgens akte bij notaris Gerrit Post gepasseerd dd. 11-07-1703. Den Breems treedt op voor wijlen Leendert Cornelisz den Breems.
Erfgenamen zijn:
- Annetie Leendersdr den Breems, weduwe van Claas Ariensz Smit
- Maria van Someren, weduwe van Ary Leendersz den Breems
- Maria den Breems, gehuwd met Pieter de Ree
- Cornelis Leendersz den Breems
- Leendert Leendersz den Breems
- Aefje of Aafie Leendersdr den Breems, weduwe van Reijnier Cornelisz de Hartogh
Uit de boedel van wijlen Leendert Cornelisz den Breems resteert nog 172 gulden, welk bedrag wordt opgevoerd.
Bezittingen:
- Schuldrentebrief van 150 gulden door Jan de Wit, resterende van een huis aan de oostzijde Oude Have dd. 06-06-1690.
- Rentebrief van 1.000 gulden ten name van Leendert Matteeuse, kleermaker. Deze rentebrief is 24-12-1708 verkocht aan Ary Claasz Smit voor 900 gulden.
- Wijlen Ary den Breems was een marktschuit toegewezen, tot zijn 28e jaar wekelijks te bedienen op het traject Delft-Rotterdam sedert 02-09-1704. Hij was nog schuldig 338 gulden, maar dit bedrag is gerooieerd.
- Obligatie van 1.000 gulden ten name van Cornelis Duijnmeijer en Leendert den Breems dd. 04-08-1695. Voor 900 gulden verkocht.
- Obligatie van 800 gulden ten name van Cornelis Duijnmeijer en Leendert den Breems, verkocht voor 726 gulden, 03-01-1703.
- Obligatie van 500 gulden ten name van capteijn Leendert den Breems, voogd over de kinderen van Leendert Ariensz den Breems, dd. 21-08-1697.
- Obligatie ten laste van Johan Elshoeck van 500 gulden,belegd 12-06-1700.
Totale ontvangst van de rekening bedraagt 4.301 gulden. Uitgaven bedragen 2.534 gulden. Resteert dus het bedrag van 1.767 gulden.
Namen i.v.m. gedane uitgaven:
- Gijsbertie Christiaensdr
- Jacobus Fockendijck, appotheecker
- Franciscus Leroij, doctoor
- Cornelis Kasteleijn
- Cornelis Pietersz Reus, schoenlapper
- Pieter van Beecq, schoenlapper
- Lourens Syloo
- Jan Kneppelhout voor het leren van de stiermanskunst aan Cornelis den Breems
- Dirck Hensbroeck voor het maken van de boedelrekening- en scheiding
|
| Datum: 26/03/1720 |
Notaris: Nicolaas van der Vaart |
Aard van de akte: attestatie of verklaring |
Inhoud:
Akte voor notaris Johan Vermé te Rotterdam.
Willemijna van Someren; Baertje Andries, echtgenote van Jan Louwijsse; en Pieternella Gijsbert, echtgenote van David Davitse Lambers; allen te Rotterdam, verklaren t.b.v. Maerten Vermaet, vader van de uitlandige Simon Vermaet, het volgende voorval:
Zij waren er in de voornacht van 18-11-1713 getuige van, dat een zekere Cobus Leenderts Reyniersse onder bedreiging van een mes Simon Vermaet heeft gedwongen in het huis Coppenhage van Barbera Simons -waar Simon wilde gaan slapen- brood en bier te bestellen en heeft laten betalen.
Daarna is Simon Vermaet gedwongen met Cobus Leendertse Reyniersse mee te gaan.
|
| Datum: 07/12/1720 |
Notaris: Nicolaas van der Vaart |
Aard van de akte: machtiging of procuratie |
Inhoud:
Pieter Opperveld, bijgenaamd van Besoyen, stuyrman ten haringh, wonende alhier, machtigt Maria van Zomeren, weduwe van Ary den Breem, wonende alhier, speciaal om een huis en erf te veilen dat gelegen is aan de Affrell aan de Schie alhier, ten zuiden belend aan Jannetje Joppen, ten noorden aan de weduwe van der Plas, en de koopsom te ontvangen.
|